Tom Thijsse: “Ik was de enige in onze familie die met tekenen bezig was en daarmee verder wilde. Ik wist helemaal niets van kunst, ik was een tabula rasa”. Hij meldde zich aan op de grafische afdeling van de Academie waar hij les kreeg van de graficus en oprichter van de afdeling grafiek Ap Sok. “Toen wist ik meteen dat ik de juiste richting had gekozen en dat grafiek mijn terrein was. De indirecte manier van werken van dit medium spreekt mij aan. Je kunt afstand nemen en het beeld heroverwegen en eventueel corrigeren. Schilderen is veel directer”.

Aanvankelijk maakte hij litho’s in zwart-wit. Zijn toenmalige docent, een echte liefhebber van zwart-wit, had weinig aandacht voor kleur.Zijn eerste litho’s gingen over politieke thema’s uit de jaren zestig. Hij maakte portretten van Sacco en Vanzetti en stelde beelden samen die te maken hadden met de Provo tijd vermengd met beelden uit de Pop Art. Ondertussen las hij alles wat hij kon vinden over beeldende kunst en bezocht musea en tentoonstellingen. Het was in die tijd dat hij in aanraking kwam met Japanse prenten van Hokusai, Hiroshige en Utumaro. Deze prenten brachten een shock van herkenning teweeg. De voorstellingen bleken net als in zijn werk uit drie beeldfragmenten te bestaan.
Ook het gebruik van de ?klare lijn’ van de Japanse prentkunst fascineerde hem en zag hij terug in zijn eigen werk. “De ?klare lijn’ is helder, niet verdoezelend en uitgesproken van vorm. Mijn fascinatie voor de ?klare lijn’ is waarschijnlijk ontstaan op mijn zevende toen ik de strips van Kuifje verslond die met dezelfde lijn getekend waren”.

Na twaalf jaar raakte hij uitgekeken op het maken van zwart-wit litho’s. De overheersende grijstonen, kenmerkend voor de lithografie, vond hij minder interessant dan de ?klare lijn’ zoals hij die gezien had in de Japanse prentkunst. “Ik had het gevoel alleen nog maar koeterwaals te spreken. Wist eigenlijk niet meer waar het heen moest met mijn werk. Ik had genoeg van de charmante verdoezeling van de vorm die eigen is aan de techniek van de lithografie. Ik wilde terug naar pure en uitgesproken vormen”.
Thijsse maakte in dat half jaar iedere dag een tekening. De voorstellingen werden figuratiever en ook het begrip kleur kreeg betekenis. “Ik kon eindelijk precies de kleur gebruiken zoals die altijd in mijn hoofd had gezeten”. Toen bleek ook dat de techniek van de houtsnede zich het beste leende voor het realiseren van de ?klare lijn’.

In 1985 maakte hij zijn eerste kleurhoutsnede.
Zijn houtsnedes zijn anekdotisch. Hij vertelt een verhaal over onderwerpen die zich aandienen door een plotselinge gedachte of door het lezen van een boek of een passage uit de krant. “Ik associeer graag en daar komen soms ingewikkelde beeldverhalen uit voort. Dat zal ook wel weer van Kuifje komen”.
Hij regisseert het verhaal door zijn prenten titels te geven. “Ik beschouw een titel als onderdeel van het beeld. Het brengt balans in wat je ziet. Soms is het een po‰tisch flard en soms stuur ik de toeschouwer bewust een andere kant op. Ik wil dan de letterlijkheid van het beeld doorbreken”.
Voordat het definitieve beeld ontstaat, maakt hij eerst schetsen in de vorm van linosnedes. Uit soms wel honderden ?schetsen’ kiest hij vervolgens een detail voor de uiteindelijke kleurhoutsnede. Van deze linosnedes heeft hij ook een boek gemaakt: ?Naar het leven gestoken’, bestaand uit negentien linosnedes. “De linosnedes geven mij de mogelijkheid om mijn idee‰n direct om te zetten in beeld en om in zwart-wit te kunnen werken”.

Zijn houtsnedes zijn even schematisch opgebouwd als zijn tijdsplanning. Hij werkt ieder jaar van september tot juni. Per maand maakt hij een prent met een oplage van twintig, meestal bestaand uit vijftien drukgangen. Dat betekent een productie van tien prenten per jaar.

Hij is werkzaam als kunstenaar en docent: hij geeft les op de Rietveldacademie in Amsterdam, voormalige afdeling grafiek en op de Academie in Den Haag. “Grafiek verliest steeds meer terrein”, zegt hij bezorgd. “Op de Rietveldacademie bestaat zelfs geen aparte afdeling grafiek meer. Grafiek is als zelfstandig medium altijd al discutabel geweest, dat was al zo in de jaren veertig en vijftig. Dat komt denk ik omdat de vakmatige kant van grafiek minder interessant wordt gevonden. Het gaat momenteel op Academies om het beeld en om het concept. Maar hoe je grafiek maakt of een kwast moet vasthouden, dat leer je niet meer. In Japan bestaat nog groot respect voor het vakmanschap van de Japanse prentkunst. Daar wordt het als een hoge kunstvorm gezien”.

Dankzij zijn contact met de cultureel attach‚ in Tokyo, werd Thijsse uitgenodigd door het comit‚ van het Nagasawa Art Project twee maanden lang een workshop te volgen van de traditionele Japanse houtsnede. “Een jongensdroom werd hiermee werkelijkheid”.
In zijn prenten verwerkt hij elementen uit deze ?Japanse ervaring’. “Wat mij fascineert bij de Japanners is de aandacht voor het kleine; de po‰zie van het detail. Zoals een steen of een stuk hout dat in een prent een hoofdrol krijgt vind ik boeiend. Een plons in het water en dan de rimpeling”.
Niet alleen elementen uit de natuur maar ook de contrasten die hij in grote Japanse steden als Tokyo aantrof, gebruikt hij als inspiratiebron. Het gaat hem dan om de tegenstellingen van honderden hoge wolkenkrabbers met plotseling een opdoemend boeddhistisch tempeltje.
Door humor en een eigen iconografie relativeert hij de Japanse invloed. Zo keren steeds weer elementen als ?zwevend hoedje’ dat verbazing symboliseert en ?het binnenkomen’ of ?weg gaan’ in zijn prenten terug. “Iemand loopt net in beeld of er net weer uit. Er gebeurt iets, maar je weet niet precies wat”.
Ondanks zijn grote liefde voor Japan wil hij ervoor waken een epigoon van de Japanse prentkunst te worden. “Ik verloochen mijn westerse afkomst niet; want voor je het weet ben je die Japanner uit Muiden”.

Techniek
Hoogdruk: De hout- en linosnede
De linosnede is een grafische techniek die is afgeleid van de houtsnede.
Het wit van de tekening wordt weggesneden, de tekening zelf blijft hoogstaan; vandaar de benaming hoogdruk.
Bij het inrollen met drukinkt worden alleen de hoogstaande delen, ofwel de tekening geinkt.
Een vel papier op het geinkte blok en er kan een afdruk gemaakt worden op een handpers, b.v. een typografische, een kniehevel of een aangepaste etspers.

Deze meest eenvoudige van alle grafische technieken is tevens een van de moeilijkste. De keus tussen zwart of wit, vorm of leegte is een definitieve.
Het verschil in magie tussen een getekende en een uitgesneden lijn is een buitengewoon subtiele.
Een getekende lijn wordt gekenmerkt door de emotie van de tekenaar. De daad van het moment. Subliem wanneer de essentie geraakt wordt. Falen en slagen liggen dicht bij elkaar.
In de hout- en linosnede wordt steeds een moment van overweging geboden. De kracht of zwakte kan met hernieuwde visie worden versterkt of gecorrigeerd.
Buiten de artistieke waarde wordt de vorm door vakkundig snijden tot de uiteindelijke uitspraak gebracht. Wanneer artistieke betekenis en vakkundigheid samen komen kan een beeld ontstaan dat die ultieme uitspraak rechtvaardigd.

Klik hier om alle schilderijen van deze kunstenaar te bekijken.